Gedicht 51: Ille mi par esse deo videtur

Hij lijkt mij zo gelukkig als een goed te zijn, hij overtreft zelfs de goden, als dat zou mogen. Hij die voortdurend voor jou zit en jou bekijkt, jouw zachte lach hoort. Aan mij, ellendeling, ontneemt het al mijn gevoelens, van zodra ik jou aankijk, Lesbia, kan ik geen woord meer uitbrengen, mijn tong is verlamd, een vurige vlam vlooit dor al mijn ledematen. Mijn oren suizen door hun eigen geluid, mijn beide ogen worden omsloten door een duisternis. Catullus, niets doen is voor jou een last, en je verlangt te veel, luiheid is ook al de oorzaak geweest van de ondergang van koningen en welvarende steden.

Meer Catullus vertalingen:
  • Gedicht 1
  • Carmen 2
  • Carmen 3
  • Gedicht 5: Vivamus, mea Lesbia
  • Carmen 7
  • Carmina 8
  • Carmen 15
  • Gedicht 51: Ille mi par esse deo videtur
  • Carmen 58
  • Gedicht 70: Nulli se dicit mulier
  • Carmen 83
  • Gedicht 85: Odi et amo
  • Gedicht 92: Lesbia me dicit semper male
  • Carmen 109
© 2026 TradupolisDisclaimerContact